klokkenluider

Klokkenluiden

De eeuwigheid blijft

Zo gauw het orgel aan het einde van de dienst begon te spelen sloop ik door de zijdeur van ons dorpskerkje naar buiten. Dat was op die zondagen waarop de koster mij de klok liet luiden. Ik trok dan aan het dikke touw en voelde hoe de bel boven in het torentje eerst langzaam en dan vlugger heen en weer ging. Het duurde even, maar dan hoorde ik het eerste gelui. Het gaf een geweldig gevoel te weten dat zo direct, wanneer de mensen door de dubbele deuren de kerk verlieten, dat deden onder het gelui van mijn klokken.

De volgende ochtend kon ik dan op school vertellen dat ik de dokter, de notaris en het hoofd van de brandwacht met hun vrouwen de kerk uit heb zien lopen, terwijl ik aan het klokkentouw mocht trekken…. Soms droomde ik dat ik ooit nog eens een heel echte klok mocht luiden. Want ons dorpskerkje had maar één bel. En dat was eigenlijk een heel kleine bel. In de zomervakantie logeerde ik soms bij mijn oom en tante in Amsterdam. Bij hun om de hoek stond ook een kerk. Maar dat was een hele grote kerk. Met wel honderd banken. En een enorm altaar met daarboven een bijna gouden kruis. De pastoor had ook veel mooiere gewaden aan dan de pastoor bij ons op het dorp. Aan het begin van de dienst luidden daar wel zes klokken. Ik heb wel eens gezien hoe zes van die hele grote kerels daar onder in die hele hoge toren aan de touwen stonden te trekken. Soms zwaaiden ze zelf met het touw heen en weer. Ik heb de koster daar eens verteld dat ik bij ons op het dorp mocht luiden. Hij schudde zijn hoofd. Ik kreeg geen kans om dat hier in de grote stad ook te doen. “Tja, dat is in het dorp. Maar hier in de grote stad mag dat niet. Dat vindt de bisschop vast niet goed”.

Nee, zelf luiden mocht ik daar niet maar ik vond het al machtig genoeg om naar de zes mannen te kijken. Klokkenluiden was toen indrukwekkend.
OOOOOOOOO

Het is een winterse donderdagmiddag. Zo direct zullen we onze oud-collega naar zijn laatste rustplaats begeleiden. De pastoor staat klaar in zijn gewaad om de begrafenis te leiden. Zijn assistent draagt een kelk met het wijwater en de wierook. En natuurlijk de grote stok met daarboven het kruis met de Heere Jezus erop bevestigd. Voordat de stoet zich in beweging zet loopt de assistent van de pastoor nog even naar de kapel. Daar zit een klein zwart kastje op de buitenmuur. Midden in het kastje zit een sleutelgat. Het lijkt op het contactslot van een auto. De assistent steekt een sleuteltje in het slot en draait het een kwartslag om. Boven onze hoofd begint de klok te luiden…..

Tijden zijn verandert. De koster is een assistent geworden. Het klokkentouw is verdwenen . De klokkenluider is een klein sleuteltje geworden. De stoet zet zich langzaam in beweging. De tijden zijn verandert. De weg naar de eeuwigheid is hetzelfde gebleven.

Rabbijn L.B. van de Kamp



Deel dit artikel nu met je vrienden!
Commentaar (0)
Schrijf commentaar
Uw contact gegevens:
Commentaar:
Security
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.