Herman


(verhaal uit 1991, ongecorrigeerd & pre-internet)

De intercity van 08:03 uur van Amsterdam naar Rotterdam vertrok 2 minuut 30 te laat. IJverig noteerde Herman dit gegeven in zijn voorwerkboekje, zwarte kaft, keurige bladzijden zonder ezelsoren. Herman hield van netheid. Herman hield van orde, een te laat vertrekkende trein was voor hem een irritatie van de eerste orde.

 

Hij noteerde nu al maanden de vertragingstijden op de lijn Amsterdam Rotterdam, noteerde op elk te passeren station de exacte aankomst en vertrektijd en pakte dan 's avonds na thuiskomst het spoorboekje om tot op het bot te kunnen analyseren waar de trein vertraging opliep, liefst met reden en de fluctuates in de vertragingen. Al deze keurig, aan perfectionisme grenzende, genoteerde aantekeningen werden daarna computerlijk verwerkt in allerhande tabellen en grafieken. Herman zou de NS eens een lesje leren en aan het einde van het spoorjaar zijn bevindingen in een gesprek tussen de NS directie en hemzelf ter sprake brengen. Nu zouden zij niet meer om zijn beweringen heen kunnen dat de trein ALTIJD te laat was, immers hij had het nu zwart op wit in grafieken uit de eerste hand, zijn feilloze genadeloze hand.

Herman was een precies manneke, zo precies dat zijn omgeving hem steeds meer was gaan mijden. Altijd weer was daar Herman die iets aan te merken had op iets wat volgens hem beter, sneller en efficienter kon. Zijn ongeremde noodzaak alle zaken tot in de finesse uit te stippelen en te regelnichten dreef zelfs zijn beste vriend ver van hem. Herman was eenzaam geworden. Geen bord maar een betonnen plaat zat er voor die uitgestreken kop van hem. Als je hem 's ochtends klokslag 08:00 op het Amsterdam CS zag arriveren, ietwat gebukt met een leren aktetas onder de linkerarm deed hij je nog het meest denken aan truus de mier van de fabeltjeskrant. Tuut tuut tuut, alles schoon, tuut tuut tuut, alles netjes, tuut tuut tuut, alles precies.

Herman was boekhouder, het type boekhouder uiteraard dat alles volgens de regels deed, nooit een verkeerde boeking naar eigen giro deed, nooit 10 minuten later of te laat lunchte. En toch al zovele malen gepasseerd voor de promotie waar hij nu toch al zo'n slordige vijf jaar op spinst. Bitterheid begon zijn leven te overheersen over deze onrechtvaardige passage van zijn kunnen, een miskend genie. Als alleen hij de kans maar kreeg de boel eens op zijn manier te organiseren, dan, ja dan zou de directie toch wel moeten inzien dat zijn aanwezigheid alleen al van onschatbare waarde was. Niets van dat, Herman deed elke dag dezelfde boekingen, saai werk maar secuur door hem uitgevoerd tussen 09:15 uur en 17:45 uur, voor acht lange jaren al. Het was van zijn gezicht te lezen, diepe groeven van al het peinzen over alle waarom niet's, waarom die ander en waarom niet zijn manier.

Nu echter hield Herman zich vast aan het onafwendbare feit dat hij de NS wel eens voor het blok zou zetten. Ze zouden hem aan moeten stellen als hoofd dienstregeling en niet ene, luistert goed, niet ene trein zou ooit nog te laat vertrekken. Elke te laat vertrekkende machinist zou in zijn ogen gekort dienen te worden in zijn salaris. Niets nog even wachten op die laatste passagier, rijden met die handel. Wat arm tussen de sluitende deur, ophalen die loco, 1 afgerukt ledemaat van een te laat arriverende passagier stond toch in geen vergelijk met de gehele nationale en internationale dienstregeling die door een dergelijk minderwaardig akkefietje in het honderd zou lopen.

Orde moest er zijn, en zou er zijn met hem. De passagier wist verdomde goed hoe laat de trein zou moeten vertrekken. Herman verdacht een aantal steevast te laat arriverende medepassagiers van hem er dan ook van opzettelijk de dienstregeling te willen ontregelen met hun onaangepaste gedrag. Fussileren was een acceptabele methode maar een afgerukt ledemaat wil volgens Herman de meest persistente te laat komer ook wel dwingen tot sociaal aangepast gedrag. Het scheelt trouwens ook heel wat rechtszaken, nu kon het afgedaan worden met een simpel verzekeringsformulier. En Herman zou er zelf dan ook nog wel op toe willen zien dat de getroffene niet ooit bij het afsluiten van een valide ongevallenverzekering het een en ander over zijn medisch verleden heeft verzwegen. Dat was een terechte straf voor deze lapzwansen; afgerukte ledematen en geen uitkering op grond van verzwegen claustrofobische aanvallen waardoor zo'n persoon zich al in het geheel niet in een trein behoort op te houden. Boontje komt om zijn loontje.

Herman zakte tevreden onderuit in zijn 1e klasse zitplaats en sloeg de ochtendkrant open op zoek naar meer onrechtvaardigheden die deze krant, zijn lievelingskrant, altijd zo breed uit in geur en kleur beschreef. Hij ergerde zich wild aan bijverdienende lesbische bijstandsmoeders met zes F-side zonen die ook nog eens zo'n hardwerkende man van zijn geld beroofden. Alimentatie noemt men dat, zeg maar gerust financiele marteling. Tegelijkertijd was hij zich onbewust van zijn onbedwingbare verslaving deze verhalen elke dag te moeten lezen, hij moest wel, dat ongenoegen gaf hem zelfs een bepaalde kick. De enige kick die Herman in zijn leven meemaakt, de adreline stijgt bij het lezen van een dergelijk verslag als sprong hij van een zuid franse brug met als enige redmiddel het elastiek om zijn enkels. Hoe diep kan je zinken? Diep, Herman was hiervan het levende bewijs.

Pagina 1, TBS'er op verlof doodt vrouw en drie kinderen, dieselaccijns 2 cent omhoog, hier en daar een bui. Ja ja meer hier dan daar als hij zo uit de beslagen ramen van de intussen aardig op gang gekomen intercity keek. Het bericht van de dieselaccijns kon Herman niet goed verwerken, de staat pikt weer geld, dat is fout maar ja hoe kon hij als gemotiveerd treinreiziger daar aanstoot aan nemen. Edoch hij kiest voor het eerste, hij kon er toch ook niets aan doen dat hij zich geen auto kon permitteren? Herman leest de rest van de koppen die hem toeschreeuwen hoe vreselijk het met de wereld gesteld is en noteert snel in zijn boekje de aankomst op station Hoofddorp. Ha 25 seconden te laat, dat zou een mooie uitschieter geven in zijn grafiek, te laat op het eerste station, dat belooft een fijne notatie te worden vandaag. Hij glundert en leest de eerste vier regels, de nog dikgedrukte regels, over een watersnoodramp in Tanzania. Hebben ze daar dan water, nou wat zeuren ze dan? Verder dan het eerste kopje komt hij niet, er is al genoeg ellende in de wereld zonder dat hij zich daar kopzorgen hoeft te maken, bovendien wat kan 1 man nu eigenlijk helemaal doen. Nee snel door naar de strips op pagina twee. Met een ferme schok komt de intercity weer tot leven, Herman kijkt op zijn digitale swatch en een net op tijd gesmoorde vloek verwordt tot wat onverstaanbaar gemurmel. De trein vertrekt exact op tijd en dit terwijl de verlate aankomst juist zoveel goeds beloofde voor zijn tabellen en kolommen.

Hoe moest hij dit gegeven nu op een voor hem juist te intepretren wijze hierin verwerken. Hij kon toch moeilijk zeggen dat de trein op tijd vertrok. Snel kladderde hij de vertrektijd in zijn boekje en en al doende zag hij in dit precieze vertrek nog een goede mogelijkheid zich in de NS vast te bijten. Eens zien, hoe zou dit staan in zijn verslag; Niet alleen was de intercity van 13 januari te laat gearriveerd, tevens werd de instaptijd van de passagiers gekortwiekt, noemt u dat service, beste NS? Ja op die manier zou hij met dit precies op tijd vertrekken van de intercity toch twee klachten kunnen uiten.

In steno noteerde hij dit idee om het vanavond na de sudderlapjes met andijvie uit te werken in een fraai verslag. Alweer een setback voor de NS. Ojee even snel noteren, backupje trekken van zijn PC vanavond, jeweet maar nooit wanneer er zo'n verdomd virus zijn zo nauwkeurig bijgehouden bestanden zou willen bedreigen. Niet vergeten te backuppen. Zijn potlood breekt af en tegelijkertijd komt een vrouw, in de dertig met drie kinderen tegenover en naast hem zitten. de kinderen duwen Herman wat opzij en hij zet zich schrap. Het liefst zou hij deze ongemanierde kinkels een ferme pets om de oren verkopen maar Herman pur sang, geeft stiekem een fikse schop tegen de enkel van het driejarig meisej dat zich op de bank naast hem probeert te wurmen. Hij kijkt argeloos naar buiten, de onschuld zelve, terwijl het meisje het op een janken zet. Ook dat nog, een kleinzerige kinkel.

 

 

De moeder kijkt Herman doordringend aan, hij beseft dat de moeder zijn agressieve daad jegens de koter heeft waargenomen en hij had de schop nog wel zo onopvallend en juist getimed geplaatst op de achilles van de kleine. Nu krijgt zelfs Herman het warm en schuift plots zeer gewillig op en lacht quasi vriendelijk naar eerst het meisje en vervolgens de moeder. Wat een schatje mevrouw. De vrouw bits hem in plat Amsterdams terug. Kan je van jou nie zegguh slijmert. Herman is niet goed in conflicten en voelt zich zodanig betrapt dat hij besluit te zwijgen, hij durft zelfs de zweetparels niet van zijn voorhoofd te vegen. Direkte confrontatie is iets waar Herman niet echt mee on weet te gaan. Hij slaat zijn krant een pagina verder open en verbergt zijn verloren gezicht in een bericht over siamese tweelingen die elkaars pijn voelen. Hij ziet de regels maar leest ze niet, een wazige angstige blik staart in de krant en onopgemerkt dendert de trein over station Abcoude, Herman vergeet de passage te noteren. Luttele minuten later realiseert hij zich zijn onoplettendheid en baalt.



Deel dit artikel nu met je vrienden!
 
Banner
Massage in het weekend
Nieuwsbrief ZieZoZuid
Altijd op de hoogte!
Naam:
Email: