Uw advertentie hier? Klik!
Sponsor worden
Bloemenhuis Bout
Bout
Giant fietsenwinkel Witter Tweewielers
Witter Fiets
Dierendokters Rivierenbuurt
Dierenarts
Scooterwinkel Two Wheels
Two Wheels
Wijkcentrum Ceintuur
Wijkcentrum
Jonker & de Vries financieel adviseurs
Jonker de Vries
Mary's Lunchroom
Koffieketel

karel-grazell-small

Amstelveenseweg 797

de spreeuwen

Aan de achterkant op één hoog stond ik opgesloten aan een raam. Ik was alleen en eenzaam. M’n vader was aan het werk, m’n moeder was naar de gaarkeuken om wat water met aardappelschillen te halen, en al hongerwinterse maanden lang had ik andere gewoontes dan ik tot dan gewend was geweest.
Ik leek naar buiten en ik zag van vlak voor me naar in de verte eerst het dak van de serre voor me, bedekt met grint, daarna de tuin die zwart was van aarde en dooiwater, en dan tenslotte de lange weilanden tot aan de Amstel, nog deels bedekt met goorgele flanellen lakens van smeltende sneeuw. Daarboven het winterlicht, van metaal, vaag blauwig. Met toch al wat hoop, maar hoop waarop? Elke hongerwinterse dag was hetzelfde, de frontlinies kwamen op de kaart maar millimeters vooruit: de geografie van lood en dood. Maar de nood werd groter, de leegte sloeg steeds meer toe in maag en ziel.
Ik keek en zag geen verbetering. En toen kwamen de spreeuwen. Een zwerm van tientallen. Ze gingen op het dak van de serre zitten en keken me aan. Ze zwegen en bewogen nauwelijks. Later zou ik hen terugzien op schilderijen bij Cobra schilders thuis.
Voorzichtig deed ik het raam open. Ze bleven. Ver achter hun rug zag ik de zon als een geallieerd wapen in de koude hemel. Er stonden bomen in de tuin, die nog geen slachtoffer waren geworden van burgers met bijlen, mensen die op hun beurt dupe waren van Hitler en honger.
De spreeuwen keken. Ik zei wat: tuut of zo. En eentje maakte geluid terug. Ik zei huut. En eentje bewoog even z’n vleugels en gaf antwoord. De anderen keken rond, keken naar elkaar en bewogen wat en schoven en paar centimeter op naar links of naar rechts, naar achteren of voren. Verstonden ze wat ik zei? Maar dat kon toch niet. Trouwens, wat betekende tuut of huut: was dat spreeuwentaal?
Veel later, ik was veertig, moest ik een groep van ruim twintig Franse mannequins regisseren tot een dansende modeshow in het Hilton. Mijn Frans zal tuut en huut zijn geweest en hun taal was anders dan ik had geleerd: veel te snel, de helft niet gezegd, de fraaie lippen over alle klanken heen. Er hing veel onbegrip tussen hun rankheid en mij. Maar het lukte.
Spreeuwen. Des étourneaux op het Hiltonse toneel van het serredak.
En toen, opeens als op een telepathisch bevel, vlogen de spreeuwen in één beweging weg.
Ik deed het ramam dicht en ging over tot m’n gewoontes. ‘n Populier in stukjes hakken voor het noodkacheltje. En eten van die ene boterham van karton. Luisteren naar dat vreemde radiootje met honingraatspoelen, dat op de ijskoude vliering zat verborgen, de waslijn als antenne. Wat zei de BBC in perfect Engels? Wat zeiden de Denen in Londen? Ik hoorde iets, heel ongespelds, over manskapleuze festgefluuwe (V1) en van soeëhoese (ziekenhuis). Hoe twetterde Radio Oranje dit keer? Wat had de Soldatensender West in Zuid-Engeland te vertellen? Ik kookte wat voor m’n ouders en mezelf. Ik trapte op de fiets die in een standaard stond, om wat licht voor m’n vader die een illegaal blaadje wilde lezen. De nacht was zwart. Het schieten van de luchtblafweer begon. Toen ging ik naar bed: rilkoud water in een lampetkan, klamme lakens, vochtige gestikte deken. IJsbloemen op de ruiten.
De volgende dag stond ik weer bij de geopende  ramen. En voorwaar, er kwam één spreeuw. Eén. Ik gaf ‘m (M/V) een klein stukje van die ene kartonnen boterham van die dag. Hij hapte gulzig en begon toen zenuwsnelle vleugelbewegingen te maken. Hij deed een soort révérence, twetterde even en probeerde al fladderstaand zelfs een soort gefluit.
Ik floot terug. We floten een korte dialoog – maar ik begreep ook deze mannequin niet.
En daar ging hij weer.
Der volgende morgen was hij er al.
Ik had een vriendje in de hongerwinter. Een spreeuw als vriendje.
Hij bleek een imitator te zijn, zoals alle spreeuwen. Ik floot een toontje hoger en hij deed hetzelfde. Ik een toontje lager en idem.
En toen ging hij op mijn voorbeeld oefenen met twee, met drie tonen.
Op een morgen kende hij de eerste zes noten van In the Mood: Mister whatcha callum.
Het was een mijlpaal van vriendschap.
En toen kwam hij nooit meer terug. Hij zal op tournéé zijn gegaan.
De bevrijding explodeerde toch nog ons leven en bijnadoodzijn in. De oude tijden kwamen weerom, net als na de Fransen door Van Hogendorp aan z’n mede-elitairen werd toegeroepen. En vol eenzaamheid begon ik m’n carrière als schrijver en dichter.
Want dat doe je als je zo’n vriendje hebt gehad.
Als ik zo rondkijk en rondlees, hebben de meeste dichters en schrijvers nog nooit een spreeuw ontmoet, laat staan een modeshow geregisseerd.

Karel N.L. Grazell
Amsterdams stadsdichter uit Zuid




Deel dit artikel nu met je vrienden!
 
Banner
Beveiligers gezocht
Banner
Massage in het weekend

Nieuwsbrief ZieZoZuid
Altijd op de hoogte!
Naam:
Email: