Uit de reeks 10 gedichten over het nieuwe Stadsdeel Zuid vandaag het gedicht van Karel - stadsdichter- Grazell over De Mirandabuurt.

De Mirandabuurt
Ramses Shaffy
(bij een foto)
‘t Is stil op Zorgvlied nu,
de doden zijn aan ‘t slapen.
Ik loop met voeten moe van leeftijd
en jou overlevend
door het sneeuwen van d’antan..
We speelden samen
pril, van geen belang, op het toneel.
En je pianode voor mij
en zong je lalala chantant.
Sinds ik je heb ontmoet
in die eeuw van terug,
draag ik je veel ontzag toe voor de moed
waarmee je opengaan kon en
het leven doende deed: een god
uit de woestijn, nooit ingedijkt
door dit, je nieuwe, eigen land.
Hoe je vrij was
met een vogel in de blije dag,
en weids kon zijn zoals
een lange weide naar de horizon,
of zacht een strakke vijver rimpelde.
Fier als een valk was,
wimpel van zonlicht
lachend in de zomerlucht.
Een explosie als een boom kon zijn,
die vuist van bladgroen
naar het hemelsblauw.
Of teder als de binnenzijde
van een bloemblad.
een vlindervleugel van de zomer,
strelend langs de werkelijkheid,
Nu zweef je tussen de muziek der sferen,
toetsend op de pianosnaren van het
zonlicht, dat je steeds nog uitstraalt
met je lalalala chantant.
Ai, laat me, laat me:
ik moet m’n eigen gang nog gaan
in deze brute zwaartekracht:
alle vrueght es di ghegheuen.
Op voeten moe van leeftijd
loop ik door het sneeuwen van d’antan
en word één grote, overlevensgrote
herinnering in de stilte van je dood.
referenties aan werk van Ramses
en aan Egidiuslied
Deel dit artikel nu met je vrienden!










