
Sail 1975
(ter inspiratie voor collega F. Starik,
stadsdeeldichter van Amsterdam Centrum,
waar een nieuwe Sail 2010 zal binnenvaren)
Ik weet die eerste keer nog
(hoe lang bestond de stad? men feestte).
We dromden aan het kanaal,
toen achter de spoorbrug de masten
staken uit die tijdvreemde wereld
van oud en her.
De brug draaide
en als hoge engelen schoven
over het water van de tijd,
van onze kleine tijd,
de schepen stadwaarts ons voorbij:
de zon in top, de zomer in de zeilen,
sloepen aan davits
als scheepskinderen,
als reddende engeltjes.
We knielden bijna,
zo onbekend en heilig was hun varen,
zo ongenaakbaar elke steven,
maar de mensen drongen
en er was geen plaats voor buigende knieën.
Toen het tenslotte over was,
de zomer gereefd in de avond,
de schepen gemeerd aan de kades
van de horizon die onze stad was,
en statige woorden gesmoord
in het krijsen van de meeuwen,
kostte dat smalle paadje aan het kanaal
ons een half uur ellebogen
om naar ons dagelijkse huis op weg te zijn.
Wind méé…
Karel N.L. Grazell
Amsterdams stadsdichter uit Zuid
Deel dit artikel nu met je vrienden!










