Wijkcentrum Ceintuur
Wijkcentrum
Mary's Lunchroom
Koffieketel
Bloemenhuis Bout
Bout
Scooterwinkel Two Wheels
Two Wheels
Giant fietsenwinkel Witter Tweewielers
Witter Fiets
Uw advertentie hier? Klik!
Sponsor worden
Jonker & de Vries financieel adviseurs
Jonker de Vries
Dierendokters Rivierenbuurt
Dierenarts

karel-grazell-teaserDe Jonkheer

Amstelveenseweg 797

de jonkheer

een inleiding
In 1949 verliet ik het ouderlijk huis. Ik verhuisde per bakfiets een divan (om op te slapen), beddengoed, een stoel, een kast, boeken en zo van Amstelveenseweg 797 naar de Maasstraat, vlak bij de Uiterwaardenstraat, enkele etages boven dat café. Maar na een tijdje kwam ik op de Herengracht te wonen, daar waar later Hans van Mierlo en Connie Palmen huisden. Daarna kwam ik terecht op een kamer aan de Brouwersgracht, maar de hospita kon er niet tegen dat ik niet overdag werkte, maar ’s avonds/’s nachts op de nachtredactie van Het Vrije Volk, dus ik moest verdwijnen.
Ik verdween tijdelijk weer naar het ouderlijk huis.
Intussen had ik wat naam opgebouwd met m’n schrijfsels. Ik publiceerde vanaf m’n achttiende in Propria Cures, het Amsterdams studentenblad. Ook had er werk gestaan in leidinggevende literaire bladen als Criterium (W.F. Hermans) en Podium. Het blaadje van wat Vijftigers, Braak, nam een gedicht van me op, en Jan Hanlo zorgde voor de uitgave van een klein bundeltje met gedichten van me: de eerste uitgave van een jonge generatie, schreef Vinkenoog.
Over het algemeen publiceerde ik onder pseudoniem: Leins Janema. En velen, Remco Campert, Frank Lodeizen, Lucebert, Rudy Kousbroek, Cobra spraken me dan ook aan met de naam Leins.

ik als Leins Janema
Het moet in de nazomer van ’50 zijn geweest.  Ik zat in m’n stamkroeg aan het Leidseplein. ’n Zonvolle middag, leunend tegen het borreluur. Een niet-zo-grote, ietwat-ronde. grijsharige man in kennelijke maatkleding en met duurdoende, duurzijnde handpainted tie op lijfeigen overhemd vroeg geaffecteerd of de tweede stoel aan mijn tafeltje vrij was.
Gezellige tent, zei hij even later achter het bestelde glas pils, ben hier nog nooit eerder geweest. Heb geheurd dat hier al die literaire jongens komen, Campert, Lucebert, Kouwenaer – ach, ma’k me even veurstellen, Goudriaen is de naem, jonkheer Goudriaen. En ik: Leins Janema.
We pilsten en we praatten wat en tenslotte wisselden we adressen uit. Hij ergens richting Haarlem, ik Amstelveenseweg 797.

de klopper
Toevallig was ik die middag al een paar uur thuis. Ik zocht allerlei papieren uit op mijn kamer boven. Mijn vader was nog maar pas van z’n werk gekomen en wist niet dat ik in huis was.
En toen ging de klopper (wij hadden een klopper op de voordeur). Mijn vader deed open. Ik stapte intussen op het balkon om steels te kijken wie er was. Jonkheer Goudriaan!
Mijn vader zei dat ik niet thuis was en ik liet het graag zo. Een paar tellen later stond de jonkheer bij de halte te wachten op bus H. Hij zag er vergeefs uit.

tweede ontmoeting
Een drietal jaren later. Stamcafé. Ik aan tafeltje. ’n Zonvolle middag tegen het borreluur. Jonkheer vroeg of stoel vrij was. Hij herkende me niet.
Pils. Pils. Gezellige tent, zei hij achter z’n bestelde pils, ben hier een tijdje niet geweest. Vroeger kwam ik hier wel, toen met al die literaire jongens. Ik heb  ze ontmoet ook.
Zo, zo, zei ik en vroeg: eh Remco Campert?
Jae jae, zag, charmante knul.
Lucebert?
Zeker, zeker. fijne man, zag.
Kouwenaar? Vanzelf, zag.
En Elburg, Schierb…, Andr…?
Jaejaejae zagzagzag.
Ik probeerde het: hij had me niet herkend.
En Leins Janema?
Jae, jae zag, ik heb verdeurie zelfs de oude Jaenemae ontmoet.

Karel N.L. Grazell
Amsterdams stadsdichter uit Zuid


Deel dit artikel nu met je vrienden!
 
Banner
Beveiligers gezocht
Banner
Massage in het weekend

Nieuwsbrief ZieZoZuid
Altijd op de hoogte!
Naam:
Email: