Amsterdamse Bos
Amsterdamse Bos
Onderdeel van de 10 van Zuid van Karel N.L. GrazellDe werkverschafte
die het Amsterdamse Bos
schiep met blote handen
Dit is de man van toen.
Dit is die met de schop.
Z’n werk werd hem ontstolen.
Nu schept hij kruiwagens vol.
De roeibaan graaft zich
uit z’n handen zonder eelt:
z’n huid is van schrijnen
met vochtige blaren erin.
Hongerloon rammelt in z’n zak.
Hij komt thuis in schraal en karig.
’n Vrouw telt er haar zegeningen
schaars als de lakens in de kast.
Armoe is haar enig rijk.
Melk van maanlicht
vloeit over z’n slavenslaap:
hij ademt pijn, droomt pijn.
Duizend steden verder trekt
’n premier z’n villa om het lijf:
ora et labora zegt hij morgen
tegen die horde van slaven.
Jij nu, op last van die regeerder
levensblij in de klei,
jij nu, met je ogen van groen
en glanzen van zuurstof,
doe bid en werk, en zing
aan de oever van die roeibaan
je armoe en je wonden toe
met::
het leven is heus niet zo kwaad.
Deel dit artikel nu met je vrienden!










