
Le Canard
Een oud pakhuis in de Spuistraat:
daar hing de kunst zich te vervelen.
Lang geleden. Lang geleden.
Ik heb er eens geslapen
in een blote ruimte achterin,
terwijl Constant z’n doeken
tegen oorlog toonde.
Op m’n spiraal wat kranten als matras:
de winter tochtte op m’n heupen,
ik sliep onder m’n dichtjas
(ik bedacht warmte van woorden).
In een witte zaal vlak naast me
lag een gesneuvelde
geschilderd door Constant,
zwart van dood, rood van bloed.
Er was veel lijden.
Lang geleden. Lang geleden.
De dode was van verf.
En ik van kou.
Karel N.L. Grazell
Deel dit artikel nu met je vrienden!










